10 oktober 2013

De grote hond en de kleine kat

Toen ik gisterenochtend deze foto nam van onze hond Mel en een van onze katten Bobby moest ik onwillekeurig denken aan het gedicht van Albert Verwey uit 1889. Toen ik op het Christelijk Lyceum in Dodrecht zat heb ik dit gedicht uit mijn hoofd moeten leren. Zoiets zal vandaag de dag ondenkbaar zijn stel ik me zo voor. Maar dit soort onderwijs heeft bij mij wel de kiem gelegd voor mijn passie voor lezen en boeken.

Mel en Bobby

Een grote hond en een kleine kat,
Die zaten op de kamermat;
En de hond, die zei: Zeg, scheelt jou wat?
Scheer je weg!

En de kat, die zei: Jij bent een hond,
En ik een kat, niet zonder grond;
Hou jij dus nou jouw grote mond:
Scheer je weg!

Scheer je weg: waf, waf! Scheer je weg: sis, sis ­
Scheer je weg: die is raak! Scheer je weg: die ’s nie mis!
Waf waf! sis sis! woef woef! mauw mauw!
En een houw en een beet en een blaf en een grauw:
En de grote hond en de kleine kat,
Die vlogen van de kamermat,
En de keuken in: Zeg, scheelt jullie wat?

En hij trapte op een teen,
En zij beet in een been
Van de meid, die riep: ga je heen! O mijn been!
Scheer je weg!

En de grote hond en de kleine kat,
Die zaten weer samen op de kamermat,
En ze lachten en praatten: ‘och hemeltje, wat
Trapte ik op haar teen!’
‘En beet ik in haar been!’
”t Is gek, maar zo’n mens krijgt ook altijd wat!’

Volg dit blog

Ontvang de laatste berichten in je brievenbus